blue bird

De Blauwe Vogel

Het libretto
Medley
Contact

 

 

 De Blauwe Vogel
een modern oratorium
muziek
John van Buren

Libretto: Hans van Bergen,
naar L'Oiseau bleu van MAURICE MAETERLINCK
© 1989

  1. OUVERTURE & DROMENLIED
  2. OPEN JE OGEN
  3. OP ZOEK NAAR DE VOGEL
  4. HET LAND VAN HERINNERING
  5. DE KAT EN DE KATER
  6. DE DEUREN
  7. BOMENLIED
  8. HET BRIEFJE VAN DE FEE
  9. DODENLIED
  10. DE AARDSE GENIETINGEN
  11. HET RIJK VAN DE TOEKOMST
  12. HET AFSCHEID EN HET ONTWAKEN

 

 

OUVERTURE & DROMENLIED (koor) (top)

Koor

Dromen komen in de nacht,
Dromen wonen in m'n hart.
Zachte zeeën worden weeën,
slapend reis ik, woelend prijs ik
't duister heeft mij in zijn macht.

Als we gaan slapen, als we gaan pitten
draaien er wieltjes in onze bol
Als we gaan slapen, als we gaan pitten
slaan onze hersens zo heel vaak op hol.

Wat eerst zo triest was, wordt heel plezierig:
prachtige zalen verschijnen mijn oog.
'k Zie mooie dingen, 'k zie nieuwe kleuren,
'k spring naar beneden en val naar omhoog.

Dromen komen in de nacht,  
Dromen wonen in m'n hart.
Zachte zeeën worden weeën,
slapend reis ik, woelend prijs ik
't duister heeft mij in zijn macht.

Strak om me henen trek ik de dekens;
Diep in het kussen stop ik mijn hoofd.
'k Vlieg door het luchtruim, zwem duizend meter,
Prinsen en kikkers zijn samen verloofd.

Bomen gaan zingen, doden gaan leven:
'k speel met m'n oma een lied in een band.
'k Proef nieuwe mensen, 'k ruik frisse kleuren,
'k voel een geluk zoals niemand nog kent.

Dromen komen in de nacht,
Dromen wonen in m'n hart.
Zachte zeeën worden weeën,
slapend reis ik, woelend prijs ik
't duister heeft mij in zijn macht.

Vogel, vogel, blauwe vogel, is geluk dan niet voorbij?
Vogel, vogel, blauwe vogel, kom toch hier, vlieg niet voorbij.
Vogel, vogel, blauwe vogel, wend je wieken langs mijn zij:
Verre, vlugge, blauwe vogel,
vlieg niet weg, blijf steeds bij mij.

OPEN JE OGEN (solo en koor) (top)

Tyltyl
Mytyl


Tyltyl

Een kerstnacht zonder cadeautjes.
Wacht, dan tover ik voor jou
een trein en lekker eten,
mooie kleren en een boom
Zie je de mensen daar lopen ?
Ze hebben pakjes: veel te veel.
Ze zouden ons iets kunnen geven,
maar ze kennen ons niet, nee

Fee Hé, hé, hebben jullie soms het zingende kruid
of de blauwe vogel?
Ik heb ze hard nodig: mijn dochtertje is ziek.
Het zingende kruid kan ik nog wel missen,
maar de blauwe vogel niet.
Die moet ik echt hebben,
want mijn dochtertje is ziek en
ze zou zo graag gelukkig willen zijn.
Mytyl en Tyltyl Wie bent u        
Wat doet u hier ?
Ze lijkt op de buurvrouw.
Fee

Ik? Ik ben de fee Berylune.
Jullie moeten op zoek gaan.
Zoek voor mij de blauwe vogel.
Help mijn dochter met de blauwe vogel!
Helaas kan ik niet mee,
maar ik geef je dit hoedje
met die glinsterende diamant,
en als je daaraan draait,
voorzichtig, naar links of rechts,
dan opent hij je ogen,
maar blijf vooral voorzichtig:
Hij tovert alles om
en je ziet wat er binnen in de dingen zit:
de ziel van het brood en de wijn en de peper;
de ziel van de lamme en de blinde;
de ziel van een schrijver of van een componist.
Ik weet wel, dat je meer zou hebben
aan de ring, die onzichtbaar maakt,
of het vliegende kleedje,
maar die zitten veilig achter slot en grendel.
't Is alleen wat spijtig,
dat de sleutel kwijt is.
Daaraan hebben we nu niets.
Toe, draai de diamant en kijk in het verleden,
draai de diamant en kijk in de toekomst,
draai de diamant en kijk waar je maar wilt,
maar zoek voor mij de Blauwe Vogel.
Help mijn dochter met de Blauwe Vogel.
Help ons! Help ons!

 

OP ZOEK NAAR DE VOGEL      (kinderkoor koor solo) (top)

Kinderen

Wij gaan op zoek naar de blauwe vogel
en alles hier gaat mee.
Alles hier gaat mee.

Fee Want kijk:
Kijk goed !
Wat zie je, wat ruik je?

Koor

Kinderen

Koor

Kinderen

Koor

Kinderen

Koor

Allen

Wat doen de muren?

Ze leven!

Wat doen de uren?

Ze leven!

Waar zijn de kleuren?

Ze leven!

Waar zijn de geuren?

Ze leven!

Wij gaan op zoek naar de blauwe vogel
en alles hier gaat mee.
Kom mee, kom mee!
We zijn met zijn allen,
dan zijn we niet alleen.

Fee Hé, kijk; hé, voel!
Verruim je geest.

Koor

Kinderen

Koor

Kinderen

Koor

Kinderen

Koor

Allen

Koor

Allen

Koor

Fee + Koor


Allen

Wat doen de bomen?

Ze leven!

Wat doen de dromen?

Ze leven!

Wat doen de goden?

Ze leven!

Wat doen de doden?

Ze leven!

Ze slapen.

Ze leven!

Ze slapen.

Doden, doden slapen.
Doden, doden slapen.

Wij gaan op zoek naar de blauwe vogel
en alles hier gaat mee.
Kom mee, kom mee!
We zijn met zijn allen,
dan zijn we niet alleen

 

HET LAND VAN HERINNERING (duet) (top)

Oma

We krijgen vast bezoek vandaag
van onze kleinkinderen

Opa 't Is zeker ze denken aan ons:
ik heb zo'n vreemd gevoel
en mijn benen slapen.
Oma Ze zijn waarschijnlijk heel dichtbij,
want ik voel het nad'ren van de vreugdetranen
Opa Nee, ze zijn nog ver,
ik voel me nog zo zwak.
Oma En ik zeg je dat ze hier al zijn:
ik ben weer helemaal bij krachten.
Opa Daar zijn ze al: zie je wel,
wat zei ik je?
Ik was er zeker van.
Samen

Wat heerlijk dat jullie er nou eind'lijk zijn.
Maandenlang zijn wij door iedereen vergeten;
niemand heeft aan ons gedacht.

We slapen heel veel
in afwachting van de gedachten der levenden.
Want alleen als iemand aan ons denkt, ons in gedachten neemt,
worden we wakker.
0, dat slapen doet goed,
als het leven afgelopen is,
maar het is toch wel prettig
van tijd tot tijd te ontwaken;
van tijd tot tijd wakker te worden.

 

DE KAT EN DE KATER     (koor) (top)

Refrein

De kat en de kater:
ze houden niet van water;
ze houden van de nacht.
Je ziet de ogen flikkeren
en soms wat tanden blikkeren,
want met het pikkedonker
komt de kater in de nacht.

1 Als de zon schijnt, als het licht is,
meer dan honderd meter zicht is,
als de mensen in de straten,
steeds maar met elkander praten,
als bij hemelsblauwe luchten
menig ander dier moet zuchten, miauw, miauw,
ik sluit mijn ogen, lik mijn poot,
lig zacht te snorren, lijk wel dood.
Refrein De kat en de kater:
ze houden niet van water;
ze houden van de nacht.
Je ziet de ogen flikkeren
en soms wat tanden blikkeren,
want met het pikkedonker
komt de kater in de nacht.
2 Als het daglicht is vertrokken,
duister heerst in alle hokken,
Als mijn baas, moe van het werken,
in zijn bed ligt aan te sterken.
Als de vensters zijn gesloten
en geen hond verroert nog poten, miauw ,miauw:
Ik kom tot leven, ga op jacht,
met als grootste vriend de nacht.
Refrein De kat en de kater:
ze houden niet van water;
ze houden van de nacht.
Je ziet de ogen flikkeren
en soms wat tanden blikkeren,
want met het pikkedonker
komt de kater in de nacht.

 

DE DEUREN     (solo en koor) (top)

Allen

Wij zijn op zoek naar de Blauwe Vogel
en iedereen is mee.
Wij zijn op zoek naar de Blauwe Vogel
en iedereen is mee.

Fee

Hier zitten alle kwalen,
Alle gesels alle ziekten,
alle verschrikkingen en rampen,
alle ellende en verdriet
waardoor het leven wordt bezocht,
sinds de aanvang van de wereld,
vanaf 't begin der tijden.

Hier, achter deze deur zitten de spoken.
Zij vervelen zich daarbinnen rot,
nu de mens niet meer in ze gelooft,

En daar zijn de ongeneeslijke ziektes,
maar ook de neusverkoudheid
en ontstoken kies.

Allen

Maar, wij zijn op zoek naar de Blauwe Vogel
en iedereen zoekt mee.
Wij zijn op zoek naar de Blauwe Vogel
en iedereen zoekt mee.

Hier zitten alle kwalen,
Alle gesels alle ziekten,
alle verschrikkingen en rampen,
alle ellende en verdriet
waardoor het leven wordt bezocht,
sinds de aanvang van de wereld,
vanaf 't begin der tijden.

Fee

Maar mooie deuren zijn er ook,
met sterren, die even niets te doen hebben,
met dauw en zang van de nachtegaal.

Alleen die deur daar in het midden,
daar moet je niet aankomen,
Laat toch dicht die deur.
Toe Iaat dicht die deur
Nee. nee!

Allen

Wij zijn op zoek naar de Blauwe vogel.
Is daar dan de blauwe vogel?
Maak toch open, maak snel open.
Kom. we maken die deur nou open.

Ja, ze zijn het, Blauwe vogels
Eindelijk hebben we Blauwe vogels
't zijn er ontzettend veel.
en totaal niet wild.
Pak er zoveel je kunt.
Hoeveel heb je er?
Laten we gaan,
het is al licht,
we komen zo te laat.

Laten we gaan,
't is bijna licht,
't is bijna al te laat.

Maar in het volle licht
kunnen deze vogels niet leven.
Hun vleugels zijn geknakt
en hun kopjes hangen neer.
Want met het leven vervloog gelijk de kleur.

De ware blauwe vogel is ergens anders:
Daar zullen wij hem moeten vinden.
Waar is de ware Blauwe vogel?
Ja, wij gaan op zoek!

 

BOMENLIED     (koor) (top)

Koor

In je dromen leven bomen,
komen takken overeind.
Een zachte zucht vervult de kronen
van wie meestal geestloos lijkt.

Eiken, beuken en cipressen,
wilgen, dennen, lijsterbessen,
zelfs de linde schaamt zich niet
en zingt met de populier
het populiere-liere-linde populinde liere-lied
en zingt met de populier het populiere-linde lied.

Sappen stromen uit de wortel,
zie de eik verheft zijn voet
grond scheurt los van leem en mortel:
bomen vormen nu een stoet.

Ze zien verbaast de mensenkinderen.
"Wie zijn ze? Wat doen ze hier?"
Takken grijpen in elkander,
Dansend vinden zij hun boomvertier.

Eiken, beuken en cipressen,
wilgen, dennen, lijsterbessen,
zelfs de linde schaamt zich niet
en zingt met de populier
het populiere-liere-linde populinde liere-lied
en zingt met de populier het populiere-linde lied.

De linde wijkt nog wel voorzichtig,
geeft Mytyl de vrije baan,
maar duizend jaar van naarstig hakken
gaf de mens een slechte naam.

"Hou vast de vogel, makkers, sterk je!"
roept de spar en van opzij
weerklinkt een jong maar driftig berkje:
"Bind die hond! Weg slavernij!"

Eiken, beuken en cipressen,
wilgen, dennen, lijsterbessen,
zelfs de linde schaamt zich niet
en zingt met de populier
het populiere-liere-linde populinde liere-lied
en zingt met de populier het populiere-linde lied.

In het bos, geen twijfel moog'lijk,
zinde ieder hout op wraak:
was gebruikt voor vloer of toog
of enkel voor een bonenstaak.

Men wilde 't jonge paar verplett'ren,
hangen aan de hoogste tak,
maar wie? Ik? Jij? Nee, die!


Alleen de eik hield zijn gemak.


Eiken, beuken en cipressen,
wilgen, dennen, lijsterbessen,
zelfs de linde schaamt zich niet
en zingt met de populier
het populiere-liere-linde populinde liere-lied
en zingt met de populier het populiere-linde lied.

In je dromen leven bomen,
komen takken overeind.
Een zachte zucht vervult de kronen
van wie meestal geestloos lijkt.

 

HET BRIEFJE VAN DE FEE       (solo) (top)

Fee

Jullie zijn nu allang onderweg
en je denkt dat je niets gevonden hebt.
Toch ben je wel dicht bij je doel,
Ja, je komt al goed in de buurt.

Schrik niet direkt,
Zoek waar ik zeg.
Zoek naar de perken,
Kijk onder zerken.
Wellicht op het kerkhof in een oud graf
houdt een der doden de blauwe vogel verborgen.
Ga daar dus heen
rond middernacht, dat is veruit de beste tijd,
en draai de diamant,
dan kun je beter zien.

Wees maar niet bang,
denk aan het vuur,
gewend de doden te verbranden.

Alleen de kinderen moeten gaan.
De anderen blijven achter 't hek
al valt van doden niets te vrezen.

Maar stipt om twaalf uur
komt de hele meute boven.
Je moet dat één keer zien
om het voorgoed te geloven.
Blijf buiten het hek,
dan zul je ze niet hinderen.

Zoek daar voor mij de blauwe vogel.
Help mijn dochter met de blauwe vogel.
Help ons, help ons!

 

DODENLIED (koor) (top)

Koor

Doden, doden slapen.
Doden, doden slapen.
Ze rusten in hun graf.

Mensen, mensen waken.
Mensen, mensen waken.
Wie treurt daar achteraf?

Elk kind zoekt bij zijn moeder
de troost die het verloor,
maar op het kerkhof vindt het
van triestigheid geen spoor.

Een tover- en een bruiloftstuin,
een bloemenpracht, een kleurentuin
verschijnt op zerk en latten,
ten teken van geluk:
geluk dat wij niet vatten.

Doden, doden slapen.
Ze rusten, rusten rusten,
rusten, rusten in hun graf.

 

DE AARDSE GENIETINGEN      (koor soli) (top)

Solo 1

Het kerkhof was een mogelijkheid, 
maar zeker niet de slimste.
de betoverde tuinen,
waar de vreugden zijn,
daar is het fijn.

Er zijn grote en kleine,
grove en fijne,
allerlei vormen van geluk.
De meeste zijn goed,
maar sommige gevaarlijk
en trouwelozer dan de grootste rampen.

Het kerkhof was een mogelijkheid,
maar zeker niet de slimste.
de betoverde tuinen,
waar de vreugden zijn,
daar is 't pas fijn.

Dit zijn de grofste der aardse genietingen,
die men met het blote oog kan zien.
Kwaad zijn ze niet, maar platvloers wel
en doorgaans nauwelijks opgevoed.

Solo 2 Ik ben het grootste geluk,
ik ben het geluk-rijk-te-zijn.
en ik heb veel te delen
Ik stel u mijn familie voor
Solo 3 Ik ben de schoonzoon,
het geluk-een-huis-te-hebben,
mijn buik lijkt op een peer.
Solo 4/5 En wij, wij zijn tweelingen.
Solo 6/7 0, ja! Wij ook!
Solo 8  Ik ben het volmaakte geluk volkomen niets te weten
Allen

die is zo doof als een kwartel.

Wie ben jij?

Solo 9 Ik...ik?
Mijn geluk is niet geschikt voor kinderen.
Solo 4 Ik ben het geluk-te-drinken­
als-men-geen-dorst-meer-heeft
Solo 5 en ik ben het geluk-te-eten‑
als-men-geen-honger-meer-heeft.
Solo 4/5 Wij zijn tweelingen
Solo 6/7 O, ja! Wij ook!
Solo 6 Ik ben het geluk langer te slapen
Langer, veel langer dan nodig is.
Solo 7 Ik ben het geluk-bijna-niets-te-doen
voorwaar een fantastisch geluk.
Koor En tot slot het schudden-van-het-lachen:
Zijn mond is tot zijn oren gespleten
waarom biedt niemand daar weerstand aan.
Solo 1 Het kerkhof was een mogelijkheid,
maar zeker niet de slimste.
de betoverde tuinen, waar de vreugden zijn,
dat is pas fijn.
Dat is pas gein.
Daar moet je zijn!

 

HET RIJK VAN DE TOEKOMST          (meisjeskoor) (top)

Meisjeskoor

Wij zijn de blauwe kinderen,
wij hebben het zo druk,
want als wij geboren zijn,
dan brengen wij geluk.
-van grote waarde voor de aarde‑
Kijk rustig rond in ons paleis
in elke hoek, 't is altijd prijs.

Ik heb een blauwe bloem bedacht
met frisse, nieuwe geuren
en onder deze buitenkant
daar zitten veertien kleuren.

Mijn vruchten zijn nog nooit vertoond
zo glad, zo groot, zo sappig.
en dat de boom geen bladeren heeft,
dat vind ik o zo grappig.

Wij zijn de blauwe kinderen,
wij hebben het zo druk.
Want straks als wij geboren zijn,
dan brengen wij geluk.

Wij zijn de blauwe kinderen,
wij hebben het zo druk,
want als wij geboren zijn,
dan brengen wij geluk.
-van grote waarde voor de aarde‑
Kijk rustig rond in ons paleis
in elke hoek, 't is altijd prijs.

Kijk mijn nieuwe drankje eens,
ontdekt nog deze morgen,
zodat geen mens meer hoofdpijn heeft,
al heeft hij nog zo'n zorgen.
En hier een heel aparte stof geschikt voor vele doelen,
want wie hiervan zijn kleren maakt,
zal kou noch hitte voelen.

Wij zijn de blauwe kinderen,
wij hebben het zo druk.
Want straks als wij geboren zijn,
dan brengen wij geluk.

Wij zijn de blauwe kinderen,
wij hebben het zo druk,
want als wij geboren zijn,
dan brengen wij geluk.
-van grote waarde voor de aarde‑
Kijk rustig rond in ons paleis
in elke hoek, 't is altijd prijs.

Dit is een heel bijzonder brood,
Met maanlicht te bereiden.
Wie daarin zijn tanden zet,
zal nooit meer honger lijden

Deze kaars straalt zilver licht
voor mensen daar beneden.
Ieder die dit licht kan zien,
voelt zich alras tevreden.

Wij zijn de blauwe kinderen,
wij hebben het zo druk.
Want straks als wij geboren zijn,
dan brengen wij geluk.

 

 


HET AFSCHEID EN HET ONTWAKEN        (Tutti) (top)

Koor

De reis is haast volbracht
en nu hebben we niet eens de blauwe vogel.
Die van de herinnering is helemaal zwart
en die van de toekomst rood,
en die van de nacht zijn dood.
Die van het bos konden we niet vangen.

Zou de fee boos zijn,
wat zal ze er van zeggen
We hebben gedaan wat we konden.
Je zou haast denken dat hij niet bestaat.

Fee

Goedemorgen allemaal,
Prettig kerstfeest toegewenst.

Koor

Lieve fee Berylune,
We hebben hem niet gevonden,
Wees toch niet boos nu alstublieft.

Fee

Wat klets je toch,
Ik ben de buurvrouw en geen fee.
Maar als mijn dochtertje,
dat ziek is,
heeft geslapen in een manestraal,
is zij vaak verward
en zegt zij zulke woorden.

Koor

Hoe gaat het met uw dochter
Wat kan toch haar genezing zijn
een dokter, een pilletje, een kruidje,
een drankje of een ander medicijn ?

Fee Nee, vanmorgen vroeg ze nog
als kerstgeschenk
de vogel van Tyltyl.
Dat zou haar blij maken en zeker ook genezen.
Koor Kijk eens, de vogel,
kijk eens, de duif hier in de kamer
Kijk eens, de vogel, Kijk eens, de vogel,
kijk eens, de duif hier in de kamer
Hij is helemaal blauw!
Zover zijn we weggegaan
en steeds was hij dichtbij.
Geef de duif nu aan het meisje,
maak het meisje blij.
Fee Hee, kijk!
Nou zie je.
Mijn dochter is beter!

Koor

Kinderen

Koor

Kinderen

Koor

Kinderen

Koor

Kinderen

Allen

Wat doen haar klieren?

Ze leven!

Wat doen haar nieren?

Ze leven!

Wat doen haar tenen?

Ze leven!

Wat doen haar benen

Ze leven!

Zover zijn we weg geweest.
maar 't geluk lag zo dichtbij.
De vogel maakt het meisje beter,
maakt het meisje blij.

Fee Hee, kijk!
Ze leeft.
Ze loopt, ze danst!

Koor

Kinderen

Koor

Kinderen

Koor

Kinderen

Koor

Kinderen

Allen

Wat doen de darmen?

Ze leven

Wat doen de armen?

Ze leven

Wat doen de voeten?

Ze leven

Wat doen de sproeten?

Ze leven

Mensen, mensen leven.

Zover zijn we weg geweest.
maar 't geluk lag zo dichtbij.
De vogel maakt het meisje beter,
maakt het meisje blij.

Samen zullen wij de duif bevrijden
laten we hem los uit deze kooi,
zodat hij rondvliegt vrij in de wereld
en heeft iemand die vogel nodig
dan gaan we weer op zoek.

Dromen komen in de nacht,
Dromen wonen in m'n hart.
Zachte zeeën worden weeën,
slapend reis ik, woelend prijs ik
't duister heeft mij in zijn macht.

Vogel, vogel, blauwe vogel,
is geluk dan niet voorbij?
Vogel, vogel, blauwe vogel,
kom toch hier, vlieg niet voorbij.

Vogel, vogel, blauwe vogel,
wend je wieken langs mijn zij:
Verre, vlugge, blauwe vogel,
vlieg niet weg, blijf steeds bij mij.